Achtergrondinformatie

Hieronder vindt u beknopte achtergrondinformatie over het waarom van een Kinderrecht op natuur. Het is toegespitst op de Nederlandse situatie, omdat de publiekscampagne `Ieder kind heeft recht op natuur!’ zich op Nederland richt. Bij een kinderrecht gaat het uiteraard (ook) om een mondiaal recht. Voor meer informatie en het internationale perspectief zie de brochure Childs Right to Nature en de lezing ‘Ieder kind heeft recht op natuur’.

Kinderen hebben natuur nodig
Het boek Het laatste kind in het bos heeft vele mensen de ogen geopend voor de snel groeiende kloof tussen kinderen en de natuur. De auteur Richard Louv brengt een aantal hedendaagse problemen van kinderen, zoals adhd, depressies en overgewicht, in direct verband met het tekort aan natuur. Hij noemt dit de `natuurtekortstoornis´. Het aantal onderzoeken dat bewijst dat kinderen inderdaad natuur nodig hebben voor een gezonde ontwikkeling groeit. Deze zijn onder meer afkomstig van de Nederlandse Gezondheidsraad, Wageningen University & Research centre (bijv. het onderzoek van omgevingspsycholoog Agnes van den Berg), UNESCO (Louise Chawla, Growing Up in an Urbanizing World) en het Children, Youth and Environments Center for Research and Design (University of Colorada). Zo is bijvoorbeeld bewezen dat buiten zijn in de natuur kinderen aanzet tot meer bewegen en zo bijdraagt aan minder overgewicht van kinderen. De natuur stimuleert ook de motorische ontwikkeling van kinderen en verbetert het concentratievermogen. Ook de sociale ontwikkeling wordt bevorderd: een natuurlijke omgeving vergemakkelijkt het leggen van sociale contacten en leidt tot sociaal gelijkwaardiger spelvormen. Kinderen geven zelf aan graag parken en wilde natuurgebiedjes in hun omgeving te hebben. In een omgeving zonder groen voelen zij zich vervreemd en geïsoleerd.

De natuur heeft kinderen nodig
Kinderen hebben de toekomst. Zij zijn bestuurders, politici, onderwijzers, natuurbewaarders en ouders in wording. Uit onderzoek (onder andere van Kris van Koppen en Louise Chawla) blijkt dat kindervaringen met de natuur een basis vormen voor de ontwikkeling van natuur- en milieuvriendelijk gedrag. Het is daarom mede in het belang van de natuur en de samenleving, dat kinderen opgroeien met en in de natuur. Als zij als kind de natuur leren waarderen en respecteren, dan zullen zij zich daar ook als volwassene naar gedragen. Dit is des te belangrijker tegen de achtergrond van gebeurtenissen als de klimaatverandering, overbevissing, de kap van oerbossen en de schrikbarende afname van biodiversiteit. We staan als samenleving voor de keuze voor een omslag naar een duurzame samenleving. De huidige en toekomstige generaties kinderen zullen die duurzame samenleving moeten realiseren. Hoe kunnen zij dit waarmaken als de betrokkenheid bij de natuur en kennis van natuurlijke processen bij hen ontbreekt?

Natuur verdwijnt uit het leven van kinderen
Nooit eerder in de geschiedenis groeiden zó veel kinderen zó ver weg van de natuur op. Steeds meer kinderen groeien op in een stedelijke omgeving. Het grootste deel van hun tijd brengen zij binnen door, verkerend in de virtuele werkelijkheid van computer en televisie. Kinderen komen nauwelijks meer in de natuur. Hun huizen missen veelal een groene omgeving waarin ze veilig kunnen spelen. De routes naar school gaan grotendeels door versteend gebied. Ook de afstand tot de herkomst van het voedsel is gegroeid. Melk `komt’ uit een pak in plaats van uit een koe. Het is een westers probleem in de zin dat het wordt veroorzaakt door de westerse beschaving. De westerse manier van leven is echter tot in de verste uithoeken van de wereld doorgedrongen. Overal rukt de verstedelijking, vertechnisering en industrialisatie van de samenleving op. Dus ook in niet westerse landen groeit de kloof tussen kinderen en de natuur.

Daarom moet ieder kind het recht krijgen op:

  • toegang tot (kindwaardige) natuur in zijn of haar dagelijkse leefomgeving;
  • dagelijks buiten spelen in en met de natuur;
  • de natuur uit eigen ervaring leren kennen, beleven, waarderen en respecteren;
  • de basis leren van (over)leven in en met de natuur;
  • de oorsprong leren kennen van zijn/haar voedsel;
  • een besef ontwikkelen van andere levensvormen en de onderlinge samenhang van alle leven.

Wij moeten hiervoor (gaan) zorgdragen
Kinderen kunnen hun recht op natuur niet meer op eigen houtje realiseren. Nu de aanwezigheid van natuur in de leefomgeving van kinderen niet meer vanzelfsprekend is, zijn kinderen afhankelijk geworden van volwassenen om hen in contact te brengen met de natuur. Deze nieuwe situatie creëert nieuwe verantwoordelijkheden. Ieder kind verdient het, regelmatig in aanraking met de natuur te komen. Het is belangrijk, én het is nodig, dat wij daarvoor gaan zorgdragen. Wij, dat zijn ouders en grootouders, tantes en ooms, scholen, maatschappelijke organisaties, de overheid en de internationale gemeenschap.

En het laten vastleggen als een recht
De overheid speelt een belangrijke rol bij de realisatie van het recht van ieder kind op natuur. Er is immers beleid nodig op het gebied van onder meer ruimtelijke ordening, natuurbeheer, jeugd en gezin, gezondheid en onderwijs. Met het vastleggen van een recht op natuur wordt een permanente basis voor overheidsbeleid op het gebied van kind en natuur gelegd. Ook wordt een juridisch instrumentarium in het leven geroepen om de overheid op haar verantwoordelijkheid in deze aan te spreken. Een kinderrecht op natuur betekent dat natuur zich op hetzelfde niveau bevindt als andere kinderrechten, zoals het recht op onderwijs en het recht op spelen. Op dit moment is kinderrecht op natuur niet (expliciet) juridisch vastgelegd. Wij pleiten voor een opname van dit recht in (het kader van) het wereldwijde Kinderrechtenverdrag. Door deze verankering op het hoogste juridische niveau (Kinderrechtenverdrag), krijgt het een structurele plaats in het nationale beleid van de 193 staten die partij zijn bij dit verdrag.

Wat kan een landelijke overheid ondertussen aan concrete maatregelen nemen? De Nederlandse overheid kan werken aan:

  • natuurlijke omgevingen in de steden realiseren waarin kinderen veilig kunnen spelen;
  • natuurspeelplaatsen aanleggen, natuurschooltuinen en speelbossen faciliteren;
  • natuurbelevend leren verplicht onderdeel maken van het curriculum op de basisschool;
  • het recht van kinderen op natuur meenemen in het buitenlands beleid, met name in de internationale samenwerking.

Manieren om een recht op natuur te laten opnemen in het kader van het Kinderrechtenverdrag
(Verdrag inzake de Rechten van het kind van de Verenigde Naties (VRK)

  1. in een amendement op het VRK. De verdragstekst zelf kan worden gewijzigd of aangevuld met een nieuw artikel. In artikel 50 VRK staat de procedure voorgeschreven die hiervoor moet worden gevolgd. Alleen een staat die partij is bij het verdrag kan een wijzigingsvoorstel indienen en het voorstel moet de vereiste steun krijgen van de andere Lidstaten. De wijziging is alleen bindend voor staten die haar geaccepteerd hebben.
  2. in een aanvullend protocol bij het VRK . Het VRK kan worden uitgebreid met een zogenaamd aanvullend protocol. Een protocol is een nieuw verdrag dat bedoeld is om een reeds bestaand verdrag aan te vullen. Dit verdrag moet opnieuw tot stand komen in het kader van de VN en staten hebben dan de vrije keuze om zich er wel of niet aan te binden. In de praktijk is het aantal staten dat partij is bij een protocol kleiner dan het aantal staten dat partij is bij het VRK.
  3. in een Algemene Aanbeveling van het Kinderrechtencomité, dat bestaande bepalingen van het VRK zo interpreteert dat een kinderrecht op natuurcontact daaronder valt, c.q. daarin moet worden ingelezen.

Achtergrondinformatie over het Kinderrechtenverdrag
Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind bevat 54 bepalingen. In de artikelen 1 t/m 42 zijn de kinderrechten neergelegd. Kinderrechten zijn mensenrechten specifiek voor kinderen. Enkele voorbeelden van kinderrechten zijn: het recht op leven en ontwikkeling, het recht in een gezin op te groeien, het recht op onderwijs en het recht op spel en ontspanning.

Een recht van het kind impliceert een verplichting voor de staat om het recht in de nationale rechtsorde te respecteren, het te beschermen tegen inbreuken door derden en de verwezenlijking ervan zoveel mogelijk te bevorderen. Het Comité voor de Rechten van het Kind (hierna: het Comité), een bij het verdrag ingesteld orgaan, houdt toezicht op de naleving hiervan.

Het Verdrag voor de rechten van het kind (VRK) is tot stand gekomen onder leiding van de Verenigde Naties en trad op 2 september 1990 in werking. Op dit moment zijn 193 lidstaten partij bij dit verdrag. Daarmee is het kinderrechtenverdrag het meest geratificeerde mensenrechtenverdrag ooit.

Het gaat bij kinderrechten om onvervreemdbare rechten, die voortvloeien uit de inherente waardigheid van het kind. Het Comité benadrukt dat het verdrag `has introduced a holistic approach to the rights of the child, all rights being interrelated and inherent to the dignity of the child. No article should be considered in isolation. The convention is indivisible and its articles interdependent’. In het verdrag wordt het gezin beschouwd als de natuurlijke omgeving voor kinderen om op te groeien. Voor de natuur als natuurlijke omgeving en de pedagogische waarde daarvan hebben de opstellers minder oog gehad: een (afzonderlijk) recht op natuur ontbreekt. Dit is begrijpelijk in het licht van de ontstaansgeschiedenis van het verdrag. Gewijzigde maatschappelijke omstandigheden en voortschrijdend inzicht vragen echter om een nadere aan- of invulling van het verdrag op dit punt.

Comments are closed.